Startpagina

Ankertjes

a - b - c - d - e - f - g - h - i - j - k - l - m - n - o - p - q - r - s - t - u - v - w - x - y - z

Schaal van Beaufort (N), Beaufort Scale (E)

In 1805 stelde Sir Francis Beaufort (1774 - 1857), Engels admiraal en hydrograaf van de Admiraliteit, de naar hem genoemde schaal van de windkracht op. Deze schaal, die loopt van 0 (windstilte) tot 12 (orkaan), was afgeleid van de weinig gecoördineerde en dikwijls subjectieve terminologie. Ook Beaufort nam daarbij, net als zijn voorgangers, de zeilvoering van de schepen als uitgangspunt. De Britse Admiraliteit aanvaardde in 1838 deze schaal en in 1927 ook het Internationaal Meteorologisch Comité. In 1927 werd de zeilvoering van Beaufort door kapitein Petersen omgewerkt tot een schattingsmethode die zich uitsluitend oriënteerde op de uitwerking van de wind en de golven.

Scheepvaartlijn (N) shipping line (E)

Maatschappij die één of meer schepen exploiteert tussen welbepaalde havens, op regelmatige basis en die ruimte biedt aan boord voor het vervoer van goederen tegen een getarifeerde vergoeding.

Schip (N) ship (E)

Algemene benaming voor een vaartuig van enige omvang, drijvend op het water en ingericht voor het vervoer van personen of goederen. We onderscheiden zeeschepen, binnenschepen, zeilschepen, motorschepen, koopvaardijschepen, passagiersschepen enz.
Nochtans worden in samenstellingen ook grote schepen als boot benoemd, bvb, loodsboot, motorboot, veerboot, enz.
Schepen van de  marine worden soms ook als “zeebodem” aangeduid.
Enkele opmerkingen in verband met schepen:

> een schip wordt beschouwd als roerend goed, maar bij eigendomsoverdracht worden de regels voor onroerend goed toegepast op schepen groter dan 25 registerton;

> in verband met de uitoefening van de rechtsmacht over een schip, wordt een schip beschouwd als het gebied van de staat, waarvan het schip de vlag voert en er dus geregistreerd is.

Schutkolk

is binnen een sluis de ruimte tussen twee sluisdeuren waar de schepen wachten om te versassen.

Shift (N/E)

Regelmatige periode in de loop van de dag, bijv., van 06.00u tot 14.00u waarin gewerkt wordt, bijv., door een havenarbeider.

Ship-chandler E) (ook geschreven shipschandler)

Algemeen gebruikte Engelse benaming voor een bedrijf gespecialiseerd in de levering van producten die zeeschepen geregeld nodig hebben zoals voeding, onderhoudsproducten, allerlei benodigdheden e.a.

Shuttletanker

Een shuttletanker is een olietanker die speciaal ontworpen is om olie te vervoeren vanaf een olieplatform. Hij is uitgerust met een speciale laadinrichting en dynamic-positioning-system om op positie te kunnen blijven liggen.

Shuttletankers werden voor het eerst gebruikt in de Noordzee. Ze worden tegenwoordig ook  ingezet in Brazilië en in de Noordelijke IJszee. Er worden proeven uitgevoerd in de Golf van Mexico.

Sjorren (N) lash en lashing (E)

Het zeevast maken aan boord van een schip van alles, dat niet voldoende gesteund of geschoord kan worden en dat door het slingeren, stampen of rollen van het schip of het overkomende water gaat schuiven. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van sjorrings of lashings zoals touw, staaldraad, kettingen, beugels, beugelriemen, banden, e.a. Wanneer containers op het dek worden vervoerd, dan worden ze vastgesjord.

Evenzo worden door middel van spanners voertuigen in roro-schepen  bevestigd aan ringen die zich in of op het schip bevinden.

Sleephopperzuiger (Trailing Suction Hopper Dredger, TSHD)

is een schip dat door middel van grote sterke pompen en motoren, zand, klei, slib en zelfs grind van de waterbodem kan zuigen.

Spiegel (N) stern or taffrail (E)

Plat of bijna plat dat de romp het achterschip van een vaartuig afsluit.

Spiraalelevator (N) spiral elevator (E)

Uitrusting voor het lossen van een schip in een haven en dit specifiek voor goederen verpakt in zakken, dozen of kratten. Een spiraalvormige transportband in een toren brengt de lading uit het schip naar boven. Daarna gaat de lading over op een horizontale eventueel overdekte transportband die de goederen aldus naar een opslagplaats vervoert. Deze methode vermindert de lostijd gevoelig en maakt het mogelijk bij alle weersomstandigheden het lossen uit te  voeren (in de haven van Zeebrugge wordt dergelijke installatie gebruikt bij BNFW).

Voor het laden van dezelfde goederen wordt een “spiral shipsloader” gebruikt, die op dezelfde manier werkt, maar omgekeerd, nl. vanuit de opslagplaats naar en in een schip. Deze methode heeft dezelfde voordelen als bij het lossen met een spiraalelevator.

Spreader

een uitschuifbaar, metalen raam waarmee containers worden opgetild door portaalkranen, straddle
carriers, transtainers, reach-stackers of heftrucks. Vermits er containers van verschillende lengtes bestaan (de meest gebruikelijke internationale lengtes zijn 20 of 40 voet) 
kan het metalen raam hydraulisch worden uitgeschoven tot de geschikte lengte wordt bereikt.

Strekdam (N)

Dam die zich uitstrekt in de richting van de loop van een vaarwater (vb. de Oost- en Westdam in de voorhaven van Zeebrugge).

Strippen, stuffen

Beide komen voor bij LCL-ladingen (Less than Container Load) wanneer de rederij of de vervoerder van containers ook partijen goederen, die in volume kleiner zijn dan de inhoud van een container, voor vervoer aanneemt. De vervoerder zal verschillende dergelijke k leine partijen bundelen tot hij er één container kan mee vullen. Het “lossen” van dergelijke kleine par tijen uit één container is “strippen”, het “laden” van diverse kleine par tijen in één container noemt men “stuffen”.

Stuurboord en bakboord (N) starboard and port (E)

Stuurboord en bakboord van een schip zijn respectievelijk de rechter- en linkerzijde van een schip, wanneer men met het gezicht naar de voorsteven van het vaartuig staat. Bij het gebruik van de stuurriem werd deze vooral aan de rechterzijde maar ook aan de linkerzijde nabij de achtersteven van het vaartuig opgehangen. Als gevolg daarvan kreeg de rechterzijde de naam van stuurboord. In dit geval moest de stuurman met beide handen sturen, waardoor hij met z’n rug (in het Engels: back) naar de andere zijde gekeerd was. Daardoor kreeg die zijde de naam bakboord. Deze benaming bleef algemeen in voege, ook nadat het stevenroer in gebruik werd genomen. Nochtans gebruiken enkele landen, zoals de V.S. en Frankrijk, in plaats daarvan de term rechts en links. ‘s Nachts voert een schip aan stuurboord een groen en aan bakboord een rood licht.

Stuwadoor (N)

Iemand die als beroep of bedrijf heeft : het laden en lossen van zeeschepen en de daarbij horende werkzaamheden.

Stuwen (N) to stow (E) stowage (E)

Het zeevast plaatsen van een lading in de daartoe voorziene plaatsen aan dek of in de ruimen van een schip. De bedoeling is dat er zo weinig mogelijk ruimte verloren gaat, de schade gedurende de reis zo beperkt mogelijk blijft en het schip zelf niet beschadigd wordt. Daarenboven moet men er ook voor zorgen dat bepaalde ladingen niet bij of op elkaar mogen gezet worden. Bij het stuwen houdt men ook rekening met de aanwijzingen op de colli (zoals : ”boven”, ”breekbaar”, ”gebruik geen haken”, enz...).

Swapbody (E)

Type van trailer die gebruikt wordt zowel voor het spoor als voor het wegvervoer. Kan zowel gesleept worden door een tractor als vervoerd op een spoorwegwagon. Hij is zodanig ontworpen dat hij een maximum aan paletten kan vervoeren. De swapbody staat op vier poten, zodat een tractor eronder kan gezet worden.

SWATH (E) Small Waterplane Twin Hull

Vaartuig met twee rompen, die heel breed uit elkaar gaan en onderaan een soort duikbootvormige propellers hebben, kunnen deze schepen de stabiliteit bij het ruwste weer waarborgen. Ze blijven zelfs stabiel bij  windkracht 10 en golven tot 5 meter. Ze zijn 49,90 m lang en 22,55 m breed en er is plaats voor 20 loodsen en evenveel bemanningsleden.
Zeehaven Brugge vzw - Brusselstraat 45, 8380 Zeebrugge - info@zeehavenbrugge.be