Startpagina

Ankertjes

a - b - c - d - e - f - g - h - i - j - k - l - m - n - o - p - q - r - s - t - u - v - w - x - y - z

Marco Polo-programma

Is een programma van de Europese Unie, die projecten die de overheveling van wegvervoer naar de binnenvaart en het spoor (modal shift) financieel ondersteunt. De verordening van de Europese commissie daarover is op 3 augustus 2003 verschenen. Het programma loopt tot 2007.

Marineschepen

Voor de meeste landen bestaat voor deze schepen het identificatiemerk uit een combinatie van letters en cijfers. Die worden eveneens aan beide zijden van de boeg aangebracht en eventueel op de achtersteven herhaald. Als voorbeeld geven we de aanduidingen voor de diverse scheepstypes van de marines van de NAVO.

Hulpschepen voeren de letter A, B voor de slagschepen, C kruisers, F fregatten, L landingsvaartuigen, M mijnenvegers of -jagers, P patrouillevaartuigen, Q sloepen, R vliegdekschepen, S onderzeeboten en Y lokale schepen.

De getallen met drie cijfers werden aan de schepen van de verschillende NAVO-landen toegewezen. De Belgische vloot kreeg de getallen van 900 tot 999. Zo is de F911 het fregat “Westdiep” en de M922 de mijnenjager “Myosotis”. De Nederlandse schepen gebruiken de 800-reeks en de Franse de 600-reeks.

De namen van de marineschepen worden vermeld op een houten naambord met koperen letters dat aan weerszijden van de brug wordt aangebracht.

Meren (N) to moor (E)

Een schip naar zijn ligplaats manoeuvreren en met trossen vastmaken langs een kade (= afmeren) of op één of meer boeien of langszij een ander schip.

Merken en merktekens op schepen

Elk zeegaand schip voert meerdere merktekens die van buitenaf zichtbaar zijn. Sommige daarvan zijn verplicht en moeten op een bepaalde manier en plaats aangebracht worden.

Merken en merktekens: Uitwateringsmerk (N), maximum diepgangsmerk (N), Plimson mark (E) load line mark (E) draugft or draft mark (E)

Het is het internationaal voorgeschreven merk, dat voor ieder zeeschip van de koopvaardij van toepassing is, voor het bepalen van de maximum diepgang ervan. Het wordt aangegeven door de deklijn en een punt onder het midden van de deklijn, op een afstand gelijk aan de voor het schip toegelaten zomeruitwatering. Rond dit punt wordt een ring gemaakt met een buitenmiddellijn van 30 cm en een dikte van 2,5 cm, die gesneden wordt door een horizontale lijn, waardoor de bovenkant door het midden van de ring gaat. De cirkel en alle lijnen behorend tot het uitwateringsmerk hebben een dikte van 2,5 cm. De volgende uitwateringslijnen kunnen voorkomen:

> Z: voor de zomer in zeewater. Deze lijn gaat door het middelpunt van de ring;

> W: voor de winter;

> WNA: voor de Noord-Atlantische Oceaan in de winter;

> T: voor de tropen;

> ZW: in zoetwater voor de zomer ( de afstand tussen Z en ZW is de extra inzinking die het schip krijgt in het lichtere zoetwater;

> TZW: voor de tropen.

 

Mole (N/E)

Stenen constructie vooruitstekend van af de kust in zee, als bescherming voor een haveningang - havenhoofd.

Multi-purpose cargo ship (E)

Schip dat in staat is verschillende soorten vracht te vervoeren, ofwel in combinatie met elkaar, ofwel iedere soort vracht afzonderlijk, zoals bvb. containers en roro (= conro-schip).

Multi-purpose terminal (E)

Terminal in een haven waar een grote variatie aan goederen kan behandeld en opgeslagen worden. Deze goederen kunnen zowel verpakt zijn, op palletten gezet, in zakken zitten of los en onverpakt zijn. Zo’n terminal is normaal uitgerust met kranen die het mogelijk maken ongewoon zware ladingen op te tillen. Er is normaal ook een overdekte stapelplaats voor vracht die niet in open lucht opgeslagen kan worden. Sommige multi-purpose terminals beschikken ook over roll-on/roll-off mogelijkheden (vb. Combined Terminal Operators - CTO - in de achterhaven van Zeebrugge)
Zeehaven Brugge vzw - Brusselstraat 45, 8380 Zeebrugge - info@zeehavenbrugge.be