Startpagina

Ankertjes

a - b - c - d - e - f - g - h - i - j - k - l - m - n - o - p - q - r - s - t - u - v - w - x - y - z

Laadklep of laadpoort (N) ramp (E)

Waterdichte, afsluitbare opening in de voor- of achtersteven of de zijde van een schip, bestemd voor het lossen en laden ervan. Vooral roro-schepen zijn daarvan voorzien. De  laadklep vormt de verbinding tussen het schip en de kade, waardoor voertuigen e.d. snel geladen of gelost kunnen worden. De laadklep moet qua afmetingen en draagkracht aangepast zijn aan de te verwachten lading van het schip en die erover zal gereden worden. Wanneer ze niet in gebruik is voor het in- of ontschepen van de vracht wordt ze tegen de romp van het schip gevouwen, waardoor ze een waterdichte gesloten deur wordt.

Lengte over alles (L.O.A.) (N), length over all (L.O.A.) (E):

Van een schip is dit de horizontaal gemeten lengte van het voorste punt van de voorsteven tot het achterste punt van het hek (of achterzijde van het schip boven de achtersteven). Zoals voor de “beam” is deze afmeting een belangrijke factor waarbij men rekening moet houden wanneer een schip een bepaalde haven moet binnenvaren of een bepaalde reis moet ondernemen.

Lensinrichting (N) Bilge (E)

Ruimte in het onderste gedeelte van een schip, onder het ruim, om het overschot aan vloeistoffen samen te brengen, om ze op geregelde tijdstippen te kunnen wegpompen met lenspompen.

Ligplaats (N) berth (E)

Plaats waar een schip kan afmeren, hetzij:

 - langs een kade om zijn vracht te lossen of te laden;

 - in de haven waar het kan wachten tot er een ligplaats vrij is om te lossen of te laden;

 - aan een meer- of ankerboei in afwachting van een ligplaats aan de wal om zijn vracht te lossen of te laden of om een lading rechtstreeks over te slaan in of uit een lichter.

Deze term  wordt veelal gebruikt om plaatsen langs een kade aan te duiden waar er slechts ruimte is om één schip te laten aanleggen.

Lijnvaart

Gebeurt door schepen die, volgens een van te voren opgesteld en gepubliceerd route- en tijdschema, vanuit een bepaalde haven een of meerdere wel bepaalde havens aandoen. Kenmerkend zijn de regelmaat, stiptheid, betrouwbaarheid en stabiele vrachtprijzen. De rederijen die aan lijnvaart doen, vormen soms een conference (zie hierboven) waarin een aantal rederijen zich verenigen. Daardoor beperken ze de onderlinge concurrentie en beschermen ze hun gemeenschappelijke belangen.

Link span (E)

Verbinding tussen wal en schip, die het mogelijk maakt voertuigen te laten rijden tussen de wal en een schip of omgekeerd. Dit wordt vooral gebruikt bij het laden en lossen van roro-schepen die over geen op- of afritsysteem beschikken.

Een link span wordt speciaal aangepast in functie van de toestand van de haveninfrastructuur en het type schip waarvoor het gebruikt wordt. Het kan aan de kade vastgemaakt worden of vlotten of beide samen, volgens de noodwendigheden. Zowel voertuigen als passagiers en minder gebruikelijk ook spoorwegwagons kunnen eveneens van een link span tussen wal en schip gebruik maken.

Zeehaven Brugge vzw - Brusselstraat 45, 8380 Zeebrugge - info@zeehavenbrugge.be