Startpagina

Ankertjes

a - b - c - d - e - f - g - h - i - j - k - l - m - n - o - p - q - r - s - t - u - v - w - x - y - z

Kaaimuur

begrenst de dokken en terminals aan de waterkant. Hij is een stevige L-vormige betonnen constructie waarop de bolders worden aangebracht zodat de zeeschepen kunnen aanmeren.

Kielzog (N) wake (E)

Ook kielwater genoemd. Het is een spoor van borrelend water, dat zich meestal vormt achter een zich verplaatsend schip. Bij een motorschip is hierbij ook het schroefwater van belang.

Knoop (N) knot (E)

Snelheidsmaat voor de vaart van een schip of voor de windsnelheid.
Een knoop = een zeemijl per uur en  (1 zeemijl  =  1,85 km)

Koelcontainer (N) refrigerated container, reefer box, reefer (E)

Geïsoleerde container gebruikt voor het vervoer in transit van bederfelijke goederen die gehouden moeten worden, zoals fruit en groenten, melkproducten, vlees, enz. De koelcontainer is uitgerust met een koelapparaat dat aan boord van een containerschip verbonden wordt met de elektrische voeding van het schip. In principe heeft een containerschip slots aan boord (zie NB/ZB nr 5) voorbehouden voor het vervoer van koelcontainers

Koelschip (N) reefer (E)

Schip dat gebouwd is voor het vervoer van bederfelijke goederen die moeten koel gehouden worden. De ruimen zijn speciaal geïsoleerd en het schip is voorzien van één of meerdere koelinstallaties

Koers (N) Course (E) Cap (F)

De richting waarin een schip wordt gestuurd, aangegeven door de horizontale lijn in het vlak van de kiel en stevens, gezien in de vaarrichting.

Kofferdam (N) Cofferdam (E)

1.    De vrije ruimte als afscheiding tussen 2 tankcompartimenten in een schip, als deze door de aard van de te vervoeren vloeistof niet direct aan elkaar mogen grenzen.
In grote tankschepen treft men ook “cofferdams” aan ter begrenzing van het tankgedeelte zelf. Soms worden ze ook ingericht als pompkamer waar de ladingspompen staan opgesteld.

2.    Waterdichte, rechthoekige schacht op een luikhoofd of andere opening van een gezonken schip, waarlangs men het betrokken ruim kan leegpompen om het schip weer drijfvermogen te geven.

3.  Klein droogdok, naar de scheepsvorm gebouwd om plaatselijke schade aan de buitenhuid te kunnen repareren zonder het schip in z’n geheel   behoeven te dokken.

Kombuis (N) gallei or caboose (E)

Plaats of ruimte aan boord waar eten voor de bemanning wordt klaargemaakt

Kooi (N) bunk or berth (E)

1.       Zeemansbenaming voor slaapplaats. Het kan een bed zijn of een hangmat.

2.    Ruimte waarin zeilen worden gestouwd (zeilkooi)

Koopvaardij (N) merchant fleet (E)

Bedrijfstak die zich bezighoudt met het vervoeren van goederen en personen d.m.v. schepen. De koopvaardij wordt uitgeoefend door particulieren zoals : schippers-eigenaars, reders, maar ook door naamloze vennootschappen of maatschappijen die  rederij worden genoemd.

In sommige landen wordt de koopvaardij georganiseerd door staatsinstellingen of soms ook door semi-overheidsbedrijven.

In oorlogstijd wordt de koopvaardij in verregaande mate onder staatscontrole gebracht, dit om het goederenverkeer overzee op gang te houden en te beveiligen.

Koopvaardijschepen

Elk schip is verplicht op de achtersteven de naam en haven, waar het geregistreerd is, te voeren. De letters moeten duidelijk zijn en goed contrasterend met de achtergrond. De scheepsnaam moet bovendien ook aan beide zijden van de boeg herhaald worden. In de jaren vijftig van de twintigste eeuw ontstond de tendens om in de scheepsnaam de naam (of een gedeelte) van de rederij op te nemen. Bvb. bij de rederij “Evergreen”: de containerschepen “Ever Diamond” en “Ever Unique”.

Daarenboven brengen sommige rederijen hun naam ook in reuzeletters op de romp van hun schepen aan. Bvb. bij de rederij “Wallenius Wilhelmsen” of “CGA CGM”.

Wat al langer in gebruik is  zijn de schoorsteenmerken, die eveneens de rederij van het schip aanduiden. Ze bestaan uit letters, een logo of soms ook de rederijvlag. Bvb. de schepen van “P&O Ferries” en van Superfast Ferries”.


Kraanschip

Bij de binnenvaart wordt steeds meer vracht in containers vervoerd. Het laden en lossen van deze binnenschepen in de havens is geen probleem, omdat daar meestal de nodige kranen aanwezig zijn.

Voor het laden en lossen in de rivieren en kanalen zijn de aangepaste kranen niet altijd aanwezig in de watergebonden bedrijven. Een oplossing voor dit probleem is deze schepen te voorzien met een eigen containerkraan. Dit maakt het mogelijk in deze  bedrijven, steeds een vracht te lossen en te laden.

Kruiplijn (N)

Minimum hoogte van een schip boven de ontwerpwaterlijn, nadat de masten gestreken zijn en eventueel wegneembare delen zijn verwijderd.

Dit is van belang voor schepen die onder vaste bruggen moeten doorvaren
Zeehaven Brugge vzw - Brusselstraat 45, 8380 Zeebrugge - info@zeehavenbrugge.be